Benamingen houtconstructies

Samenvatting

Regelmatig zit ik te zoeken naar de correcte Nederlandse benaming van een onderdeel van een gebint. Veelal wordt het boek 'Historische houtconstructies in Nederland' als de bijbel aangehaald voor de juiste benamingen, geschreven door G. Berends. Deze Gerrit Berends was in dienst bij de RCE die de laatste druk mogelijk maakte die nog steeds verkrijgbaar is.

Hieronder is uit dit boek de doorsnede gekopieerd van een Friese boerderij en achter de Nederlandse benamingen de Friese benamingen die door G.J.A. Bouma worden genoemd. Weet dat mijn vader sprak ‘it strie moat fanôf it fjouwerkant oant de hoannebalken set wurde, dat wy kinne wol wat help brûke’.
De benamingen zullen ook streek-afhankelijk zijn. (Tekst Ate Feenstra)

 

Nederlands –  Frysk

3 gebintstijl –  hyntstile
16 gebintbalkschoor –  kerbiel (korbeel in het Nederlands)
17 overstekschoor
20 dekbalk –  groubynt, groubalke, heabalke
30 Zijbeukgebintbeen –  (skuor-)reedsbyntstile
32 zijbeukgebintbalk –  (skuor-)reedsbyntbalke
42 gebintplaatschoor –  jaachbând
43 gebintplaat –  draachhout, plaat
46 zijbeukgebintplaat –  skuorreedsdraachhout
55 muurplaat –  muorplaat
61 blokkeel
79 spantbeen –  bokspant(-poat)
84 spantbalkschoor
85 spantbalk –  houannebalke
108 gordingstut –  wynskoarre
110 ronde gording –  goarring
112 nokgording –  naad, naal, naald,foarst
116 spoor –  juffer, spoar
120 oplanger –  oplanger