Funderingsonderzoek
Samenvatting
Een goede fundering draagt bij aan het springlevend houden van uw monument. Dat begint al bij een goed onderzoek naar de fundering door een gecertificeerd funderingsonderzoeksbureau. Samen met funderingsonderzoeksbureaus biedt het Restauratiefonds financiële ondersteuning bij het uitvoeren van een funderingsonderzoek. Dit doen het fonds door een deel van de kosten te vergoeden. Doel is bij te dragen aan het oplossen van het groeiende probleem rondom funderingsproblematiek.
De funderingsonderzoeksbureaus staan ingeschreven op de erkenningslijst van het KCAF (Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek). Het KCAF geeft onafhankelijke informatie over de aanpak van funderingsproblemen. Doordat onze samenwerkende funderingsonderzoeksbureaus op deze erkenningslijst staan, zijn zij aangemerkt als specialist in het uitvoeren van funderingsonderzoeken. Bij monumenten is dit soms extra complex. Want elk monument is anders, daarom is het uitvoeren van funderingsonderzoek bij een monument altijd maatwerk.
Aansluitend op de ‘Richtlijn Fundering onder gebouwen’ van het KCAF (terug te vinden op Publicaties – Kennis Centrum Aanpak Funderingsproblematiek) heeft het Restauratiefonds drie soorten funderingsonderzoek opgesteld, namelijk een Basis onderzoek (‘Bureaustudie’), een Standaard onderzoek (‘Visuele inspectie pand’) en een Uitgebreid onderzoek (‘Funderingsinspectie’). In een overzicht ziet u wat de kenmerken zijn van deze soorten onderzoek. Uw funderingsonderzoeksbureau kan u een verdere toelichting geven.
1. Basis (‘Bureaustudie’) bestaande uit:
* Adres en gemeente;
* Het archiefonderzoek (bebouwing en ondergrond)
* Monumentenstatus pand (rijks, provinciaal, gemeente) (via kadaster en gemeentelijke of provinciale websites);
* Archeologisch monumentenstatus bodem en archeologische waarden gebied zoals door de gemeente bestempeld (gebruik Archeologische monumenten kaart en indicatieve kaart archeologische waarden, zie bijlage B).

Eventueel kan er ook nog gekeken worden naar de technische opname van het pand (vanuit bouwkundig oogpunt, niet strikt fundering technisch/constructief). Het Basis onderzoek kan aanleiding geven tot een advies om uitgebreider onderzoek uit te laten voeren.
2. Standaard (‘Visuele inspectie pand’)
Naast de bureaustudie worden de volgende onderdelen uitgevoerd op locatie, met als doel het inventariseren van zichtbare aspecten die duiden op verminderd functioneren van de fundering of gewijzigde belastingafdracht naar de fundering:
• Visuele inspectie pand (inpandig en gevelinspectie)
• Scheefstandmetingen:
• Lintvoegwaterpassing
• Vloerveldwaterpassing
• Loodmeting
• Hoogtemeting: Peilmaatmeting (NAP-waterpassing) resp. zakking
• Omgevingsfactoren

Dit onderzoek moet een eerste inzicht geven in de staat van de fundering, dat eventueel aanleiding kan zijn tot een uitgebreide inspectie.
3. Uitgebreid (‘Funderingsinspectie’)
Een dergelijk onderzoek bestaat, naast de vereisten onder Standaard, tenminste uit de volgende onderdelen:
• Ontgraving (funderingsconstructie onder maaiveld)
• Uitvoeren van milieukundig bodemonderzoek
• Plaatsen peilbuis en inmeten van de grondwaterstand
• Identificatie bodemmateriaal
• Kwaliteit metselwerk en beton
• Visuele inspectie en het opmeten van de funderingsconstructie
• Kwaliteit hout
• Berekening resterende dragen doorsnee houten paal
• Paaldraagkracht bepaald op basis van een proefbelasting
• Toetsing draagkracht fundering

Bij de beoordeling worden een handhavingstermijn (restlevensduur), relevante beperkingen voor het huidige gebruik en eventuele noodzaak tot het treffen van maatregelen aan de fundering aangegeven. Om de drempel voor rijksmonumenteigenaren te verlagen vergoedt het Restauratiefonds een deel van het funderingsonderzoek van de betrokken funderingsonderzoeksbureaus. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het type onderzoek dat is uitgevoerd voor het rijksmonument.
Voor rijksmonumenten bedraagt de vergoeding voor een:
• Basis onderzoek: 50% van het factuurbedrag met een maximum van € 250,00.
• Standaard onderzoek: 50% van het factuurbedrag met een maximum van € 1.250,00
• Uitgebreid onderzoek: 50% van het factuurbedrag met een maximum van € 2.500,00
Let op: De kosten voor het onderzoek worden bepaald door het onderzoeksbureau dat het funderingsonderzoek uitvoert en is niet gekoppeld aan de bovenstaande vergoedingen. Hiernaast heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) verschillende regelingen voor de instandhouding van rijksmonumenten, de Woonhuissubsidie en de Subsidieregeling Instandhouding Monumenten. Hieronder kan ook financiering voor funderingsonderzoek vallen, indien technisch noodzakelijk.
Hoe ontstaat funderingsschade? Kun je er preventief iets aan doen? En moet je je over scheuren in de muren van je monument meteen zorgen maken? Voor steeds meer eigenaren van monumenten speelt het onderwerp funderingsschade. Dat kan te maken hebben met een tekort aan water in de bodem, maar er zijn soms ook andere oorzaken. En wat doe je eraan?
Tijd voor een gesprek met een deskundige. We spreken met Leo Bredie, senior adviseur bij de Monumentenwacht Zuid-Holland. Leo werkt sinds 1989 bij de Monumentenwacht en ziet de laatste jaren steeds vaker monumenten waar problemen ontstaan bij de fundering.
‘Scheuren zijn emotie, zeggen wij vaak. Ze horen erbij en je hoeft er niet meteen van in paniek te raken. In muren waarin kalk specie is gebruikt, zul je minder snel scheuren zien. Kalkspecie zorgt voor een meer flexibele schil dan cementgebonden specie, dat scheurt sneller. Je kunt pas iets zeggen over een scheur, wanneer je die langere tijd in de gaten houdt. Klemmende deuren of ramen zijn een betere indicator voor funderingsproblemen.’
De meeste voorbeelden die ik ken, hadden te maken met droogte of werkzaamheden bij een monument.

Leo Bredie.
‘Die oorzaken zijn heel divers, het kan te maken hebben met trillingen van zwaar verkeer of werkzaamheden. Maar de meeste voorbeelden die ik ken, hadden te maken met droogte of werkzaamheden bij een monument. Wanneer het lange tijd te weinig regent, kan de grond inklinken. En dat kan weer gevolgen hebben voor de fundering van monumenten. Ook bij monumenten die niet op palen, maar op staal gefundeerd zijn. Waarbij ‘op staal’ niet betekent dat er staal onder zit, maar het betekent eigenlijk ‘zonder fundering’. De ondergrond werd daar stevig genoeg geacht om het pand te kunnen dragen zonder er palen onder te zetten. Klimaatverandering zet nu een streep door de rekening bij sommige panden. Maar soms wordt de grondwaterstand ook doelbewust verlaagd, bijvoorbeeld bij werkzaamheden, waarbij bemaling wordt toegepast. Verlaging van de grondwaterstand kan ervoor zorgen dat er zogenaamde ‘zettingen’ ontstaan. Wanneer dat ongelijk verdeeld is over een pand, dus op de ene plek meer dan op de andere, dan krijg je problemen.’
Je hoort ook vaak over houtrot, die ontstaat door daling van het grondwaterpeil. ‘Dat kan inderdaad gebeuren wanneer huizen op palen gebouwd zijn. Bij verlaging van de waterstand worden de palen opeens blootgesteld aan zuurstof, waardoor rot ontstaat. Overigens kan ook onder water een bepaalde vorm van houtrot ontstaan, maar dat gebeurt alleen bij grenen heipalen. Ook gevaarlijk, maar het heeft niets met droogte te maken.‘
Met metingen over langere tijd is te bepalen of er verzakkingen plaatsvinden of dat de zetting stabiel is
Worden die zettingen duidelijk door scheuren in de muren? ‘Je moet natuurlijk feitenonderzoek doen, om te achterhalen of er inderdaad sprake is van zetting en dus van funderingsproblemen. Dat betekent dat een deskundig bedrijf in het pand zogenaamde ‘hoogtebouten’ gaat aanbrengen. Met metingen over langere tijd is dan te bepalen of er verzakkingen plaatsvinden of dat de zetting stabiel is. Het zijn waterpasmetingen, waarbij het uitgangspunt is dat het monument ooit waterpas gebouwd werd. Wat lastig is bij sommige monumenten, is dat er sprake kan zijn van verschillende bouwfasen en daarmee ook van verschillende typen fundering. Verzakkingen kunnen dan op een andere manier plaatsvinden, dan je op grond van de buitenkant van het pand zou zeggen.’

Als je weet dat er verzakkingen zijn bij je monument, is er dan iemand voor aansprakelijk te stellen? Bijvoorbeeld een waterschap? ‘Schade claimen is niet zo eenvoudig. Je hebt er gedetailleerde metingen voor nodig en vaak is er niet zo’n eenduidige oorzaak. Trillingen kunnen bijvoorbeeld de hoofdoorzaak zijn. Het verkeer in oude binnensteden is in de loop der tijd een stuk zwaarder geworden. Bijvoorbeeld de vrachtwagens met borstels zijn berucht wegens gebrek aan vering in het chassis. Maar hoe weet je precies wie of wat de veroorzaker is? Dat is misschien anders bij zo’n groot project als de Noord-zuid lijn destijds in Amsterdam, waar bij een aantal panden de link goed te leggen was.’
‘Je kunt pas gaan verhalen, wanneer je langere tijd gemonitord hebt en de data hebt vastgelegd. Daarbij moet ooit door een bevoegd bedrijf een nulmeting zijn gedaan, een rapport van een ‘gewone’ aannemer geldt niet als bewijs. Vaak denk je als eigenaren pas aan metingen, wanneer het kwaad al is geschied. Je zou bijna zeggen dat je als eigenaar in ieder geval moet zorgen dat je meer te weten komt over de fundering onder je pand. Zodat je ook een beeld hebt van eventuele risico’s. Mochten die er zijn, dan kan een nulmeting en het aanbrengen van hoogtebouten een goed idee zijn.’
‘Als de funderingsschade te wijten is aan inklinking van de bodem door droogte, dan is er niet één bepaalde verantwoordelijke partij aan te wijzen. Dat is anders bij werkzaamheden. Klop bij de gemeente aan voor gegevens over degene die vergunning heeft voor de werkzaamheden. Maar de ervaring leert dat het niet makkelijk is om de bewijsvoering rond te krijgen.’
Wat voor maatregelen moet je nemen, wanneer je inderdaad problemen hebt met de fundering? ‘De oplossing is vrij simpel, maar daarom niet minder kostbaar. Je bent voor een nieuwe fundering al gauw tussen de 1000 en 1500 euro per m2 kwijt. En dan moet je vervolgens ook nog de begane grond van je huis opnieuw inrichten. Dat kost al met al serieus geld. De hele vloer wordt uit het pand gehaald, dan worden er palen in de grond geslagen en daarop wordt een betonvloer gestort. De muren van het pand worden vast gemaakt aan die betonvloer, daar steunen ze vanaf dat moment op. Een bekend voorbeeld is de katholieke kerk in Schiedam. Die is helemaal opnieuw onderheid, we konden er destijds helemaal onderdoor lopen.’
Tekst Erna Oosterveen.
Meer informatie: https://www.stichtingerm.nl/onderhoud-en-restauratie/funderingen